A P P A R T E M E N T E N C O M P L E X   B R A B A N T S E   P O O R T   N I J M E G E N

In de zuidoostelijke hoek van de wijk De Kluiskamp in het Nijmeegse stadsdeel Lindenholt zijn 115 appartementen gerealiseerd. Het totale woongebouw kenmerkt zicht door zijn inpassing in deze aantrekkelijke situatie. Het is als een sluitsteen ontworpen tussen de De Kluijkamp, het Maas-Waal-kanaal en de Brabantse poort, waarbij er optimaal gebruik wordt gemaakt van de diverse aanwezige omgevingskwaliteiten.
Het complex is alzijdig geörienteerd, waardoor er een goede interactie is tussen de aanwezige (zicht)kwaliteiten van deze plek en de woningen. Wonen aan het water en wonen in het groen, met een directe ontsluiting vanaf de Wijchenseweg.

Binnen de Maas-Waal zijn een grote diversiteit aan appartmenten aangeboden van twee-tot vierkamerappartementen met woonoppervlaktes variërend van 70 tot 130 m². Het totale complex is een eenduidig uit baksteen opgetrokken massa met minimaal twee woonlagen richting de kluijskamp en maximaal 16-laagse landmark op de hoek Maas-Waal en Wijchenseweg. Alle woningen worden via de hoofdtrappenhuizen aan het binnenplein ontsloten. Ter plaatse van de woonkamers opent de massa zich, waardoor weidse uitzichten ontstaan.

Ten behoeve van de bewoners is onder het binnenplein een halfverdiepte parkeervoorziening gerealiseerd, die door middel van een poort kan worden afgesloten. De ontsluiting van het woongebouw zal voor zowel bewoners als bezoekers gestalte krijgen door een nieuw aan te leggen weg tussen de Wijchenseweg en de spoorlijn.


A P P A R T E M E N T E N C O M P L E X  W I L H E L M I N A S I N G E L  M A A S T R I C H T

De locatie is gelegen aan de Wilheminasingel in de directe nabijheid van het centrum van Maastricht en de maas. De Wilheminasingel wordt gedomineerd door een aaneengeschakelde bebouwing met statige herenhuizen uit diverse periodes.

Bij de start van het ontwerp is uitvoerig het DNA van de straatwand geanalyseerd waarna dit geabstraheerd is vertaald in het ontwerp. Met de parcelering van het gebouw in twee delen is aansluiting gezocht bij de maat en schaal van de Wilhelminasingel. De aansluiting met de belendende gebouwen wordt vormgegeven door een trapsgewijze setback en een plint van natuursteen met wisselende hoogte. Daarnaast is het raammotief verticaal geleedt en benadrukt daardoor de verticaliteit van het complex. Gebaseerd op de kleurtonen die in de straat aanwezig zijn is gekozen voor een beige matte baksteen die stootvoegloos wordt gemetseld. De kozijnen zijn uitgevoerd in hout en zijn antraciet.
Om de formaliteit van het gebouw te verzachten en om expressie te geven aan de functie van het gebouw zijn metalen geperforeerde luiken ontworpen die inspelen op de behoefte van de gebruiker en bepalen in grote mate het uiterlijk van het gebouw.

De entree is vormgegeven als een terugliggende nis en bevindt zich op het raakvlak van beide volumes . Dit wordt zichtbaar in de materialiteit van de nis. De appartementen hebben een functionele kern in het midden van het appartement zodat drie verschillende indelingen mogelijk zijn per appartement: doorzonwoning, wonen voor en wonen achter.
Binnen een historische context is een gebouw ontworpen dat aansluiting zoekt bij de straat, maar daarnaast eigentijds is en zijn eigen karakter behoudt.


G R O N D G E B O N D E N   W O N I N G B O U W   Z E E P W E G   E I J S D E N

De locatie kenmerkt zicht door de bijzondere positie ten opzichte van diverse ruimtelijke eenheden. Aan de noordkant grenst de locatie aan kleinschalige bebouwing, bestaande uit tweekappers; aan de zuidkant is er groen en zicht op het Maasdal; aan de oostkant bosrijk gebied met bijzondere, grootschalige bebouwing. Fysiek wordt de locatie gedefinieerd door de Zeepweg, de Hogeweg en de Zeep. Doordat de locatie zich op de grens bevindt van de zich onderscheidende ruimtelijke eenheden, ontstaat er een vrijheid binnen de locatie doordat deze niet toe te kennen is aan de een of de ander.

Kernbegrip in het plan is “de locatie als transitiezone”. Een gebied dat geleidelijke overgangen introduceert tussen de ruimtelijke eenheden, maar toch haar eigen identiteit heeft. Op de grens tussen bebouwd en onbebouwd willen wij vier compacte bouwvolumes realiseren met vier woningen per volume. Alle volumes zijn in basis twee lagen hoog, met uitbreidingsmogelijkheden. De compacte volumes garanderen een groene invulling van de locatie en handhaven voldoende zichtlijnen vanuit de omgeving op het groen. De volumes voegen zich qua schaal tussen de tweekapppers en de grootschalige, solitaire bebouwing in het groen.

De locatie wordt voor een groot deel verkaveld met een diversiteit aan kaveldieptes. De ontsluiting van de woningen wordt gerealiseerd middels grindpaden tussen de bebouwing en de tuinen. Hieraan liggen de entrees van de woningen en de tuinen. De paden fungeren tevens als zichtlijnen op de omgeving. De begrenzing van de kavels is gedacht als hagen of met groen begroeide hekwerken van 1,50 meter hoog. Lopend is er zicht over de hagen op de omgeving. De groene begrenzing van de kavels dient uniform doorgezet te worden bij alle kavelbegrenzingen.

Als typologie is gekozen voor de kwadrantwoning; de kwaliteit hiervan is de compactheid en alzijdige oriëntatie. De trap en overige functies zijn in het donkere gedeelte van de woning geplaatst; een daklicht zorgt voor extra licht ter plaatse van de trap. Naar gelang de positie van de trap kunnen, naar ieders wens, diverse plattegronden worden gerealiseerd. Het is mogelijk, over een gedeelte, een derde laag toe te voegen voor een study of slaapkamer; of het creeren van een levensloopbestendige woning, door de toevoeging van een slaapkamer en badkamer op de begane grond.

Door middel van de materialisatie wordt het ensemble van vier woningen benadrukt en niet de woningen afzonderlijk. Uitgevoerd in lichtgrijs gekeimde baksteen zijn de kwadrantwoningen als krachtige, sobere volumes gedacht, die door hun morfologie een sterke identiteit hebben, doch terughoudend zijn naar de groene omgeving toe. Diverse kleurnuances zijn mogelijk tussen de afzonderlijke blokken. Verticale uitbreidingen worden onderdeel van de morfologie en zullen indezelfde baksteen uitgevoerd worden als het totaalvolume. Uitbreidingen in de tuin en bergingen worden uitgevoerd in Western Red Cedar. De ramen worden ingezet om de volumes te geleden. Deze hebben diepe, bakstenen neggen en natutel houten kozijnen. Op de begane grond wordt ter plaatse van de entree het metselwerk niet doorgezet, maar loopt de haag tot aan de voordeuren. Een glasstrook legt een relatie van de woning met de paden. Met de diverse opties van kopers en diverse indelingsmogelijkheden zal de definitieve vorm van de volumes in samenspraak met de kopers worden ontwikkeld. Ieder volume kan anders zijn, maar met een gezamenlijke taal.


A P P A R T E M E N T E N   I N   M O N U M E N T A A L   P A N D   M A U S S E N   M A A S T R I C H T

Het project betreft de inpassing van 10 appartementen, een penthouse en een commerciële ruimte op de begane grond in een monumentaal pand gelegen in het centrum van Wijck. Er is gekozen om de ruwe monumentale constructie zichtbaar te laten in al de appartementen, om weinig extra elementen toe te voegen en voor een sobere materialisatie. Door de al de functionele ruimtes zoals bergingen, badkamer en keukens te groeperen vlak naast de gangzone ontstaat er vrije ruimte langs de monumentale gevel die het zicht naar buiten optimaliseert en zorgt voor veel daglicht.


H E R B E S T E M M I N G  S I N T  A N N A  K L O O S T E R  Z U N D E R T

Deze totaalopgave stelde zich ten doel om een sociaal-cultureel hart in Zundert te creëren, welke is gerelateerd aan de bijzondere relatie van Zundert met de schilder Vincent van Gogh. Verder diende er bijzondere aandacht te worden besteed aan het creëren van ruimte voor wonen en zorg, voor sociaal-culturele, maatschappelijke en centrumfuncties en diende de doordringbaarheid van het groengebied binnen het bouwblok te worden verbeterd. Uitgangspunt bij deze planvorming is het handhaven en versterken van het groene middengebied in combinatie met de meanderende bebouwingszone. Door het introduceren van nieuwe langzaamverkeerroutes danwel het opwaarderen van bestaande langzaamverkeerroutes wordt het groene middengebied toegankelijker gemaakt.

Binnen dit plan is ruimte geschapen voor zestig appartementen in het plan Kloosterhof en veertig appartementen in twee nieuwe vleugels bij het bestaande seniorencomplex van Zorgvoorwonen aan de Manderslaan. Door de aanbouw van een nieuwe vleugel aan de achterzijde van het kloostercomplex wordt een intiem kloosterhof gecreëerd. Doordat deze vleugel wordt ontsloten door een middencorridor wordt er voor gezorgd dat zowel aan het kloosterhof als aan openbare groenzone voorgevels worden gerealiseerd.

Met de herbestemming van het klooster wordt er tevens naar gestreefd de oorspronkelijke verschijningsvorm van het klooster aan de straatzijde terug te brengen waardoor de in de loop van de tijd aangetaste symmetrie van de kloostergevel kan worden hersteld. De kloostermuur aan de straatzijde wordt verlaagd waardoor twee binnenhoven zichtbaar worden vanaf de straatzijde en kunnen gaan functioneren als krachtige entreezones voor de verschillende nieuw in te passen functies.


W O N I N G B O U W  C - M I N E  G E N K

Het verleden is direct voelbaar bij de aanblik en het betreden van de site. Bestaande robuuste gebouwen die hun verleden prijs geven en breekbaar ogende schachttorens met haar functionele esthetica. Het intact houden van de ‘sfeer” van de site en dit doorvertalen naar een hedendaags stadsdeel is de basis voor het stedenbouwkundig plan en architectonische vertaling. In de eerste fase ontwikkeling zijn er drie belangrijke zones of identiteiten met een gevarieerd aanbod van woontypologieën: “De Wilde Kastanjelaan”, “De Groene Loper” en “Langs de Lanen”.

Aan de “Wilde Kastanjelaan” zijn de stadwoningen en appartementen gegroepeerd. Krachtige volumes die de rand van de site afbakenen. De woonwerk-woningen liggen aan de “Groene Loper” die als schakel fungeert tussen het “wonen “en de aanvullende programma’s van de site zoals de nieuwe school en cultureel centrum. De patiowoningen zijn geconcentreerd aan het groene hart gelegen aan “Langs de Lanen”. Kleinschaligere volumes die het “groene hart” van de site definiëren. De architectuur van de deelgebieden probeert te balanceren op enerzijds het handhaven van de samenhang met de reeds bestaande en nieuwe bebouwing, maar probeert anderzijds te zorgen voor voldoende eigenheid in de verschijningsvorm. De architectuur van ieder deelgebied is een weerspiegeling van haar positie binnen de context en maakt optimaal gebruik van de aanwezige kwaliteiten.

 

deze projecten zijn ontworpen / gerealiseerd als architect voor Croonenburo5