W O N I N G B O U W   C - M I N E   G E N K

Het verleden is direct voelbaar bij de aanblik en het betreden van de site. Bestaande robuuste gebouwen die hun verleden prijs geven en breekbaar ogende schachttorens met haar functionele esthetica. Het intact houden van de ‘sfeer” van de site en dit doorvertalen naar een hedendaags stadsdeel is de basis voor het stedenbouwkundig plan en architectonische vertaling. In de eerste fase ontwikkeling zijn er drie belangrijke zones of identiteiten met een gevarieerd aanbod van woontypologieën: “De Wilde Kastanjelaan”, “De Groene Loper” en “Langs de Lanen”. Aan de “Wilde Kastanjelaan” zijn de stadwoningen en appartementen gegroepeerd. Krachtige volumes die de rand van de site afbakenen. De woonwerk-woningen liggen aan de “Groene Loper” die als schakel fungeert tussen het “wonen “en de aanvullende programma’s van de site zoals de nieuwe school en cultureel centrum. De patiowoningen zijn geconcentreerd aan het groene hart gelegen aan “Langs de Lanen”. Kleinschaligere volumes die het “groene hart” van de site definiëren. De architectuur van de deelgebieden probeert te balanceren op enerzijds het handhaven van de samenhang met de reeds bestaande en nieuwe bebouwing, maar probeert anderzijds te zorgen voor voldoende eigenheid in de verschijningsvorm. De architectuur van ieder deelgebied is een weerspiegeling van haar positie binnen de context en maakt optimaal gebruik van de aanwezige kwaliteiten.


K A N T O O R L O C A T I E   L A   G R A N D E   S U I S S E

Het plan bestaat uit drie onderdelen: De renovatie van het bestaande kasteel, de nieuwbouw van een tuinpaviljoen en het herontwerp van de oorspronkelijk tuin.

Het kasteel kenmerkt zich door een onsamenhangend ensemble van bouwstijlen en volumes rondom een binnentuin. Een deel zal worden gesloopt, waardoor ruimte ontstaat voor een aanbouw dat het carré herstelt en de diverse gevels in balans brengt. Karakteristiek voor het kasteel is de opbouw van iedere gevel van hoekelement en invulling met een prominent entreemotief. De aanbouw fungeert als hoekelement en is de beëindiging van de invulling. De afmetingen zijn gerelateerd aan de hoekvolumes aan de Meerssenerweg die een afwijkende breedtemaat hebben. Op de plek waar beide volumes van de aanbouw elkaar ontmoeten is een nieuwe entree gesitueerd. De achterzijde wordt getransformeerd tot voorzijde zodat het gehele kasteel alzijdig gelijkwaardig is. De materialisatie en vorm van de aanbouw zijn ingetogen en voegen zich bij de bestaande bebouwing. De aanbouw heeft daarnaast echter ook zijn eigen, hedendaagse karakter. Deel van de opdracht was een flexibel gebouw dat op diverse manieren te verkopen of verhuren zou zijn. De oorspronkelijke structuur van het bestaande kasteel is doorgezet in de nieuwe aanbouw zodat er een rondgang ontstaat waaraan de kantoorruimtes zijn gekoppeld.

Het tuinpaviljoen is een tweelaags volume op een halfverdiepte parkeerbak. Belangrijk in de vormgeving van het tuinpaviljoen zijn de monumentale boom, gelegen in de tuin, en de entree van de parkeerbak. In een verspringende beweging worden beide onderdeel van het gebouw. Het tuinpaviljoen is grotendeels van glas met een optimale relatie met de aangrenzende tuin. Beide lagen hebben een andere verschijningsvorm waardoor de karakteristiek van een tuinpaviljoen wordt versterkt. De gevel van de verdieping bestaat uit een raster van vliesgevelprofielen met kleinere vlakken glas. De vliesgevel is de zonwering en laat het tuinpaviljoen vanuit verschillende perspectieven afwisselend ervaren. Soms open, soms gesloten. De entree van het tuinpaviljoen is ter plaatse van de verspringing en verdeelt het tuinpaviljoen in twee delen die afzonderlijk en per laag zijn te verkopen of verhuren. Alle facilitaire elementen als toiletten zijn geconcentreerd t.p.v. de entree en zijn gezamenlijk te gebruiken.

In samenwerking met een landschapsarchitect is gekozen voor een ingetogen ontwerp van het gehele landgoed. De omgeving van het kasteel is bedekt met grind, waarop in een informele manier geparkeerd kan worden. Het kasteel is omlijst middels hardstenen tegels. De tuin is het meest prominent aanwezig en verbind het tuinpaviljoen met het bestaande kasteel. Belangrijke elementen als de monumentale boom, Mariabeeld en hoektorentjes worden gehandhaafd en worden versterkt door de invulling van de tuin met gras. Een tweetal hagen definiëren tenslotte de oorspronkelijk begrenzing van de tuin.


H E R O N T W I K K E L I N G   V A N   H E T   R A N G E E R T E R R E I N   I N   A K E N

Het doel van de herontwikkeling is het creëren van een nieuwe stedelijk ensemble met een mix aan funties. Binnen het grotere verband gaat het ontwerp in op het verbeteren van de relatie tussen het station en het centrum. Op een kleiner schaalniveau willen wij het station een herkenbare identiteit meegeven die past binnen de toekomstige ontwikkeling als euregionaal verkeersknooppunt.

Het plan bestaat uit een commerciële plint waaronder geparkeerd wordt. Bovenop deze plint komen een vijftal bouwvolumes met een hotel, short stay appartments en kantoren.


A P P A R T E M E N T E N C O M P L E X   B R A B A N T S E   P O O R T   N I J M E G E N

In de zuidoostelijke hoek van de wijk De Kluiskamp in het Nijmeegse stadsdeel Lindenholt zijn 115 appartementen gerealiseerd. Het totale woongebouw kenmerkt zicht door zijn inpassing in deze aantrekkelijke situatie. Het is als een sluitsteen ontworpen tussen de De Kluijkamp, het Maas-Waal-kanaal en de Brabantse poort, waarbij er optimaal gebruik wordt gemaakt van de diverse aanwezige omgevingskwaliteiten.

Het complex is alzijdig geörienteerd, waardoor er een goede interactie is tussen de aanwezige (zicht)kwaliteiten van deze plek en de woningen. Wonen aan het water en wonen in het groen, met een directe ontsluiting vanaf de Wijchenseweg.

Binnen de Maas-Waal zijn een grote diversiteit aan appartmenten aangeboden van twee-tot vierkamerappartementen met woonoppervlaktes variërend van 70 tot 130 m². Het totale complex is een eenduidig uit baksteen opgetrokken massa met minimaal twee woonlagen richting de kluijskamp en maximaal 16-laagse landmark op de hoek Maas-Waal en Wijchenseweg. Alle woningen worden via de hoofdtrappenhuizen aan het binnenplein ontsloten. Ter plaatse van de woonkamers opent de massa zich, waardoor weidse uitzichten ontstaan.

Ten behoeve van de bewoners is onder het binnenplein een halfverdiepte parkeervoorziening gerealiseerd, die door middel van een poort kan worden afgesloten. De ontsluiting van het woongebouw zal voor zowel bewoners als bezoekers gestalte krijgen door een nieuw aan te leggen weg tussen de Wijchenseweg en de spoorlijn.


K E N N I S -  I N F O R M A T I E -  E N   A D V I E S C E N T R U M   L A N D G R A A F

De stedenbouwkundige ingreep omvat het afmaken van de grotere stedenbouwkundige stempel en de “achterzijde” transformeren tot een nieuwe kwalitatieve “voorkant”. Hierbij worden de hoeken ingezet als accenten.
Het KIA is gedacht als een compact volume dat de diverse oriëntaties en richtingen absorbeert die in de locatie aanwezig zijn. Afhankelijk van het te realiseren programma zal het gebouw variëren tussen de drie en zeven lagen.
Op de begane grond voegt het gebouw zich in de rooilijn van de Erik Dekkerpassage om enerzijds aansluiting te vinden bij het bestaande gebouw en anderzijds het zicht op de onderdoorgang naar het Raadhuisplein intact te houden. Het gebouw met de vorm van een “diamant” geleidt tevens de loop van het Pucciniplein naar de Erik Dekkerpassage en vice versa.

De verdiepingen nemen meerdere oriëntaties in zich op. Het gebouw is gericht op het gemeentehuis en de burgerzaal en gaat hiermee een relatie aan. Daarnaast is het gebouw gericht op Beethovensingel en de entree vanaf de Beethovensingel, zodat het gebouw frontaal wordt benaderd. De overige oriëntaties richten zich op de groenstructuur tussen de torens en de bestaande bebouwing. De entree van het KIA ligt overhoeks aan de Erik Dekkerpassage en is zichtbaar vanaf de Beethovensingel. Het uit de rooilijn springen van de verdiepingen creëert een overstek die de entree accentueert.

De voorkeur heeft het om beide accenten qua verschijningsvorm met elkaar te verbinden door een gezamenlijke kwalitatieve afscherming van het binnengebied van de politie en een gezamenlijke architectonische verschijningsvorm.
Wezenlijk in de relatie van het KIA met het raadhuis en de burgerzaal is de ontwikkeling van een gemeenschappelijk plein dat beide gebouwen met elkaar verbindt. Een plein dat de entrees koppelt, een nieuwe entree vormt en geschikt is voor een breed scala aan gebruiksmogelijkheden.

Het KIA is vooral een gebouw dat toegankelijk en laagdrempelig is. Het gebouw moet dit uitdragen in de organisatie van het programma van diverse gebruikers. De begane grond zal ingericht worden als een “openbaar plein”. Het is een ruimte die transparant en open is, zodat goed zicht is op het aanbod van kennis, informatie en advies. De verdiepingen zijn specifieker en zijn bedoeld voor de overdracht van gerichte informatie van iedere gebruiker aan de burger. In het hart van het gebouw is een facilitaire kern gedacht Er zijn geen blinde gevels en het gebouw kent geen achterkanten. Er ontstaan multifunctionele vloervelden geschikt voor diverse activiteiten.

De verschijningsvorm van het gebouw weerspiegelt het karakter van het gebouw. Open, transparant, interactief en laagdrempelig, maar daarnaast ook besloten en privé waar gewenst.


G R O N D G E B O N D E N   W O N I N G B O U W   Z E E P W E G   E I J S D E N

De locatie kenmerkt zicht door de bijzondere positie ten opzichte van diverse ruimtelijke eenheden. Aan de noordkant grenst de locatie aan kleinschalige bebouwing, bestaande uit tweekappers; aan de zuidkant is er groen en zicht op het Maasdal; aan de oostkant bosrijk gebied met bijzondere, grootschalige bebouwing. Fysiek wordt de locatie gedefinieerd door de Zeepweg, de Hogeweg en de Zeep. Doordat de locatie zich op de grens bevindt van de zich onderscheidende ruimtelijke eenheden, ontstaat er een vrijheid binnen de locatie doordat deze niet toe te kennen is aan de een of de ander.

Kernbegrip in het plan is “de locatie als transitiezone”. Een gebied dat geleidelijke overgangen introduceert tussen de ruimtelijke eenheden, maar toch haar eigen identiteit heeft. Op de grens tussen bebouwd en onbebouwd willen wij vier compacte bouwvolumes realiseren met vier woningen per volume. Alle volumes zijn in basis twee lagen hoog, met uitbreidingsmogelijkheden. De compacte volumes garanderen een groene invulling van de locatie en handhaven voldoende zichtlijnen vanuit de omgeving op het groen. De volumes voegen zich qua schaal tussen de tweekapppers en de grootschalige, solitaire bebouwing in het groen.

De locatie wordt voor een groot deel verkaveld met een diversiteit aan kaveldieptes. De ontsluiting van de woningen wordt gerealiseerd middels grindpaden tussen de bebouwing en de tuinen. Hieraan liggen de entrees van de woningen en de tuinen. De paden fungeren tevens als zichtlijnen op de omgeving. De begrenzing van de kavels is gedacht als hagen of met groen begroeide hekwerken van 1,50 meter hoog. Lopend is er zicht over de hagen op de omgeving. De groene begrenzing van de kavels dient uniform doorgezet te worden bij alle kavelbegrenzingen.

Als typologie is gekozen voor de kwadrantwoning; de kwaliteit hiervan is de compactheid en alzijdige oriëntatie. De trap en overige functies zijn in het donkere gedeelte van de woning geplaatst; een daklicht zorgt voor extra licht ter plaatse van de trap. Naar gelang de positie van de trap kunnen, naar ieders wens, diverse plattegronden worden gerealiseerd. Het is mogelijk, over een gedeelte, een derde laag toe te voegen voor een study of slaapkamer; of het creeren van een levensloopbestendige woning, door de toevoeging van een slaapkamer en badkamer op de begane grond.

Door middel van de materialisatie wordt het ensemble van vier woningen benadrukt en niet de woningen afzonderlijk. Uitgevoerd in lichtgrijs gekeimde baksteen zijn de kwadrantwoningen als krachtige, sobere volumes gedacht, die door hun morfologie een sterke identiteit hebben, doch terughoudend zijn naar de groene omgeving toe. Diverse kleurnuances zijn mogelijk tussen de afzonderlijke blokken. Verticale uitbreidingen worden onderdeel van de morfologie en zullen indezelfde baksteen uitgevoerd worden als het totaalvolume. Uitbreidingen in de tuin en bergingen worden uitgevoerd in Western Red Cedar. De ramen worden ingezet om de volumes te geleden. Deze hebben diepe, bakstenen neggen en natutel houten kozijnen. Op de begane grond wordt ter plaatse van de entree het metselwerk niet doorgezet, maar loopt de haag tot aan de voordeuren. Een glasstrook legt een relatie van de woning met de paden. Met de diverse opties van kopers en diverse indelingsmogelijkheden zal de definitieve vorm van de volumes in samenspraak met de kopers worden ontwikkeld. Ieder volume kan anders zijn, maar met een gezamenlijke taal.


H E R B E S T E M M I N G   S I N T   A N N A   K L O O S T E R   Z U N D E R T

Deze totaalopgave stelde zich ten doel om een sociaal-cultureel hart in Zundert te creëren, welke is gerelateerd aan de bijzondere relatie van Zundert met de schilder Vincent van Gogh. Verder diende er bijzondere aandacht te worden besteed aan het creëren van ruimte voor wonen en zorg, voor sociaal-culturele, maatschappelijke en centrumfuncties en diende de doordringbaarheid van het groengebied binnen het bouwblok te worden verbeterd. Uitgangspunt bij deze planvorming is het handhaven en versterken van het groene middengebied in combinatie met de meanderende bebouwingszone. Door het introduceren van nieuwe langzaamverkeerroutes danwel het opwaarderen van bestaande langzaamverkeerroutes wordt het groene middengebied toegankelijker gemaakt.

Binnen dit plan is ruimte geschapen voor zestig appartementen in het plan Kloosterhof en veertig appartementen in twee nieuwe vleugels bij het bestaande seniorencomplex van Zorgvoorwonen aan de Manderslaan. Door de aanbouw van een nieuwe vleugel aan de achterzijde van het kloostercomplex wordt een intiem kloosterhof gecreëerd. Doordat deze vleugel wordt ontsloten door een middencorridor wordt er voor gezorgd dat zowel aan het kloosterhof als aan openbare groenzone voorgevels worden gerealiseerd.

Met de herbestemming van het klooster wordt er tevens naar gestreefd de oorspronkelijke verschijningsvorm van het klooster aan de straatzijde terug te brengen waardoor de in de loop van de tijd aangetaste symmetrie van de kloostergevel kan worden hersteld. De kloostermuur aan de straatzijde wordt verlaagd waardoor twee binnenhoven zichtbaar worden vanaf de straatzijde en kunnen gaan functioneren als krachtige entreezones voor de verschillende nieuw in te passen functies.

 

deze projecten zijn ontworpen / gerealiseerd als architect voor Croonenburo5